Speech from Orlando’s friend Samuel

Hallo Allemaal,

Ik ken een predikant. Hij was vroeger deel van de kerk waar mijn moeder ook deel van was. Tot hij van bovenaf, of ach, vanuit de kerk zelf, niet meer mocht participeren. Omdat hij op mannen viel. Of zoals hij zelf zegt: “Ik ben dubbel in de Heere”. Afijn, had hij hier gestaan vandaag. (Hij is gewoon nog predikant), had hij gezegd: “Orlando Boldewijn weet nu meer dan wij allen bij elkaar”.

Orlando weet nu meer dan wij allen bij elkaar…

Ik weet niet of dat waar is, maar ik hoop dat hij van dit weet. Deze dag. Dat hij ergens achter in de zaal staat en meeluistert. Of, Orlando kennende, misschien liever hier bij het podium. Ik hoop dat hij in alle kamers was waar wij de afgelopen tijd over hem gesproken hebben. Dat hij ons gehoord heeft. Ik hoop dat dat zo is. Maar indien dat niet zo is, hoop ik dat hij het geweten heeft. Wat hij betekende, en nog steeds betekent. Hoeveel wij van hem gehouden hebben, en hoeveel wij dat zullen blijven doen.

Slauerhoff zei dat hij alleen in zijn gedichten kon leven. Ik vind het een naar idee dat je alleen in je eigen woorden zou kunnen wonen. De afgelopen paar weken heb ik constant, ononderbroken in woorden geleefd, die van naasten, anecdotes uitwisselend, in die van vrienden, familie, twitter, nieuwsberichten… Mooie woorden, verwrongen woorden, half weggeslikte woorden, af en toe deelden we allen nog maar stilte. En soms, ja, soms toch alleen in mijn eigen woorden.

Als het schrijven, het eenzame zoeken de enige manier was om de dingen op een rijtje te krijgen. Ik heb de juiste woorden nog niet kunnen vinden. Alleen, constant terugkerend, die stilte.

Ik ben vandaag verhuisd. Het ging ongeveer zo: Haarlem, verhuisdoos, Rotterdam, stapels, verf, kleding uit, pak aan, kerk in. De wereld suist aan me voorbij, zoals deze vast aan ons allemaal voorbij is gesuisd. Een wereld die chaotisch, lelijk, en vooral willekeurig blijkt. Dat is een waarheid die wij allemaal kenden, van een afstandje, maar niet altijd onder ogen zagen. Een koude wereld. Een van beton, roest, en afgebladderd behang.

Maar dat is niet de enige wereld die we bewandeld hebben deze afgelopen tijd. Ik heb ook een zachte wereld gezien. Een wereld met zo veel liefde. Van jullie, hier in deze ruimte, maar ook van honderdduizend andere kanten. Liefde voor Orlando, voor elkaar. In de eerste dagen zwaaiden we met flyers, en hielden we vast aan hoop, aan het idee van een wereld die niet lelijk is. Aan hoop. Maar toen het nieuws eerst uit bleef, en toen al maar naarder werd hielden wij enkel elkaar nog vast. Een kluwe van armen, handen en tranen. Ik hoop dat we dat zullen blijven doen. Een herberg zijn voor elkaar. Mijn herberg was mijn familie.

Niet mijn aangeboren familie, maar de familie die ik kreeg toegewezen toen ik het theater koos. Ik heb een week ondergedoken gezeten bij die familie. Bedankt dat jullie mijn herberg zijn geweest, ik hoop dat ik datzelfde voor jullie heb kunnen zijn. Orlando was deel van onze theaterfamilie, en ja, soms zegt familie lelijke dingen tegen, en over elkaar. Soms heb je ruzie. Maar at the end of the day blijft het je familie.

Geen verlies is makkelijk te dragen. En hoewel ik blij ben dat ik het met jullie mag dragen, maakt die kennis de last niet lichter. We zullen het proberen. Dat is alles wat we kunnen doen. We zullen het zoeken in elkaars armen, elkaars woorden, en ja, soms echt alleen in de stilte.